maandag 27 februari 2012

Lesgeven op wielen en denying services


Raften op de Nijl
Na ons bezoek aan de Ssese Islands stappen we in de matatu om in Jinja aan een raftavontuur te beginnen. Nadat we vanuit een hangmat met uitzicht op de Nijl (die ontspringt hier uit het Victoriameer) het thuisfront via Skype van een prachtige zonsondergang hebben laten meegenieten, maken we onze borst de volgende dag letterlijk nat om ons vrijwillig met een rubberbootje van gevaarlijk uitziende watervallen te laten storten. Raften is niet voor mietjes!! Na een paar leuke voorproefjes, zouden de 5e graads versnellingen bij (it´s all in the name) ´Badplace´ ons moeten laten ´flippen´, maar pro´s als we zijn, gaan we hier drie keer doorheen zonder om te kiepen. Gelukkig gaan we daarna bij de ´Nile Special´ met wat extra hulp toch nog allemaal kopje onder! Na dit waterratten avontuur worden we ter afsluiting op een Nile Special getrakteerd (lokaal gebrouwen biertje) en daarna springen we bij de camping ook nog even in het zwembad. Nice!


Aan de Dew
De volgende dag gaan we Jinja verkennen. Nadat we in de stad een super servicegericht hotelletje hebben gevonden waar ze speciaal voor ons een kamer met een stapelbed leegruimen om er een tweepersoonsbed in te plaatsen –een indrukwekkende metamorfose!-, brengt de eigenaresse ons ook nog met haar auto naar het busstation, zodat we hier een busticket naar Nairobi kunnen kopen. Fijne mensen, die Ugandezen. Het is snikheet, dus we slenteren rustig rond, kopen souvenirtjes en drinken Mountain Dew op het terras.
De volgende dag zien we Uganda aan ons voorbij gaan vanuit de bus. Prachtige heuvels, theevelden, zebra´s en veel matatu´s en vrachtauto´s die gevaarlijk dichtbij komen af en toe! Achter ons zit een Colombiaanse missionaris; een brave kerel die aan de grens wat problemen heeft, omdat zijn papieren niet helemaal in orde zijn. En je zult dan nog Colombiaan zijn ook. Uiteindelijk mag hij toch door (hogere krachten?). Terug in Nairobi brengt een taxi ons in de verstikkende spits terug naar Mabwa´s huis, waar we moe maar voldaan nagenieten van een mooi, maar eigenlijk te kort, bezoek aan Uganda.

De studenten maken opdrachten
Armen uit de mouwen; Angélique is klaar voor een weekje lesgeven op de Multimedia Academy! De volgende morgen rijden we als ware Nairobi forenzen met de matatu naar de school, waar de leerlingen een oplegger van een vrachtauto hebben ingericht als leslokaaltje. Het is weer eens iets anders en bovendien prettig koel. In het begin is het even aftasten, want de studenten zijn klassikaal lesgeven niet gewend en de kersverse juf is lesgeven niet gewend. Gelukkig werkt een dosis interactie goed en al snel doen de studenten actief mee en 
In het zonnetje buiten les
beginnen zelfs vragen te stellen (dus ze letten op!). Op het lesmenu staat onder andere klantenwerving, communicatie, storytelling, scriptwriting, formatting in diverse media, project organisatie, evaluaties en video editing. Een van de leerlingen heeft nog nooit in de schoolbanken gezeten en neemt alle informatie gretig in zich op. Al met al een erg attentief en dankbaar publiek. Voor ons is het ook erg interessant om het Keniaanse medialandschap beter te leren kennen, en dan ook met name de content die in de media gebracht wordt. Hier is nog wel wat vooruitgang mogelijk, want veel structuur en inhoud zit er niet in. De 
Het leslokaal
Giel Beelen die we ´s morgens in de matatu horen, presenteert elke dag diepgaande stellingen, zoals `Can a man punish his wife by denying services?´ En dan gaan er allemaal mensen inbellen die uitgebreid verslag doen van hun persoonlijke ervaringen met veel te veel juicy details voor de vroege ochtend. Erg leerzaam ook voor de schoolkinderen in de matatu...
Tijdens de lesuurtjes gaat Joep deze week een paar keer langs bij de Indisch ambassade om het visum te regelen. De bitchy dame achter het loket is dol op bureaucratie en zorgt ervoor dat Joep drie achtereenvolgende dagen grommend met een ander formuliertje terugkomt om te ondertekenen. Maar uiteindelijk hebben we de gewilde stempel toch binnen. Op een van de middagen helpt Angélique de eigenaresse van de Wildebeast Campsite nog met Photoshop. Als bedankje krijgen we hiervoor een gratis overnachting! Die bewaren we voor onze laatste nacht in Kenia... Maar eerst nog wat wild zien en overleven...!

vrijdag 24 februari 2012

Chinese baby´s in Nairobi en shampoo zoeken in Uganda


Fancy a goat?
Omdat het onze laatste avond in Nanyuki is, stelt onze gids voor dat we een echt Keniaans gerecht proberen: geit. Het ´slacht´-offer hangt aan zijn pootjes in een glazen hokje achter in het restaurant en ernaast staat een trotse slager in een wit schort met bloedspetters. Chopchop; enthousiast en kundig gaat hij met zijn hakmes te werk. Met onze blote handen mogen we een tijdje later van de gezamelijke schotel eten, maar helaas blijkt het dan vooral botten met vet te zijn. Beleefd eten we onze portie op.
Kennismaking met klasje


Nadat de matatu ons weer veilig heeft teruggebracht in Nairobi, haalt Mabwa ons op om naar zijn appartement te gaan, waar een logeerbed voor ons klaar staat. Eindelijk kunnen we weer eens een avondje bankhangen en tv kijken. Hilarisch, want er zijn echt té slechte soaps op met dramatisch acteer- en camerawerk. Het hoogtepunt op het journaal is dat de Chinese arbeiders, die aan de nieuwe snelweg van Nairobi werken, in de smaak vallen bij de Keniaanse dames. Er is zelfs een liedje over gemaakt dat de popcharts haalt (en later lezen we in de krant over een geschokte Keniaan, wiens vrouw een Chinees-ogende baby baart!).


Matatu taxi plaats in Kampala
´s Morgens rijden we naar de school om de lesstof te bespreken met de leerlingen en om meer te horen over hun toekomstdromen en verwachtingen. De lessen zelf worden een week verschoven ivm herkansing van de talkshow, dus we besluiten een weekje naar Uganda te gaan, waar Mamba´s moeder woont. Die avond frissen we ons bij Mabwa thuis op (met een emmer koud water; er is geen douche) en zet hij ons af op het busstation, waar de nachtelijke rit naar Kampala kan beginnen. Regelmatig worden we uit onze stoelen gelanceerd, want de weg zit vol gaten en kuilen. Na een nachtelijke politiecheck waarbij iedereen de bus uit moet en een stop bij de grens waar we een visum moeten halen, komen we ´s morgens in een mistig, groen en heuvelachtig Uganda aan.

De moeder van Mabwa, gekleed in een traditionele, kleurrijke jurk met pofmouwen, haalt ons op en brengt ons al filerijdend door de chaotische stad met een taxi naar haar huis. Hier krijgen we thee en brood met boter aangeboden en maken we kennis met de andere huisgenoten. De communicatie verloopt stroef, want we verstaan elkaar niet of nauwelijks. Het is dan ook lastig om duidelijk te maken dat we terug moeten naar de stad om ons reisplan verder uit te werken. We besluiten weer afscheid te nemen en springen op een boda-boda (scootertaxi) om een camping bij het centrum op te zoeken.

Op de ferry
Nadat we met een koud biertje zijn bijgekomen van de vermoeiende busreis, het enigszins ongemakkelijk, maar goedbedoelde huisbezoek en de hete verkeersjungle in Kampala, horen we dat alle mogelijke excursies enorm boven ons budget zijn. We besluiten om de Ssese-eilanden te bezoeken, in het Victoriameer, en de volgende morgen rijden we per matatu naar de matatu-verzamelplek in het centrum. Eén grote chaos van honderden, kleurrijke busjes die kriskros door elkaar staan. Gelukkig helpt een hulpvaardige medepassagier ons naar de juiste matatu, die ons voor 1 Euro in 45 minuten naar Entebbe rijdt. Hier nemen we de ferry en genieten we op het dek van het prachtige uitzicht. Wat een gigantisch meer! Op de boot spreken we twee studenten. Omdat ze op hun school in Kampala teveel concurrentie hebben, willen ze afstuderen op de kleine eilandschool. Dan zijn procentueel gezien hun kansen groter op een beurs. Slimmerikken. Op het tropische eiland vinden we een resortje aan het water, waar we ´s avonds een privé-barbecue krijgen op het strand. Nice!

Op Ssese Island beach
De volgende dag vinden we in het dorpje Galangala een bodaboda-chauffeur die zijn bodaboda voor een dag aan ons wil uitlenen. Al rondtuffend zien we dat een groot deel van de eilandjungle is weggekapt voor grote Chinese palmolie-plantages. Er zijn alleen zandpaden, dus binnen no time zitten we helemaal onder het opwaaiende, rode stof. Af en toe zien we een paar aapjes in de bomen en op de weg. We bezoeken een vissersdorpje, waar we wat drinken in een klein café-hutje van twee dames. Ze laten ons Jaque-fruit proeven, een gigantische vrucht die hier overal aan de bomen hangt. Erg lekker! Een klein jongetje komt nieuwsgierig kijken. We horen dat zijn ouders zijn overleden aan HIV, dit gebeurt hier nog regelmatig. Nu wordt hij door familie opgevoed.
Hout zagen in het bos

Onderweg zien we in de jungle een aantal houtzaag stellages. Als we stoppen om met twee arbeiders te praten, blijken het Congolezen te zijn die voor een paar weken hier geld komen verdienen. Het is enorm zwaar werk en ze blinken van het zweet. Ze werken, eten, slapen, kortom leven bij de stellage. Heftig!


Bodaboda adventure
Terug in Galangala eten we een lekker visje met friet en gaan op zoek naar shampoo om het stof uit onze lange manen te kunnen wassen. Eitje, zou je zeggen. Niet dus, want de haren van de Afrikanen groeien niet lang en ze vlechten er nephaar in. Dus ze hebben ook geen shampoo nodig. Wanneer we bij een kapsalon binnenlopen, kijken alle dames vreemd op. Ze hebben alleen een jerrycan van een halve liter met eier-shampoo!? Dit past natuurlijk niet in de backpack, dus we vragen of we een bijna lege jerrycan kunnen kopen. Ze beginnen hier heel hard om te lachen, maar het kan wel. Gekke Mzungu´s...

Drankje voor de dorst
Na een plons in het Victoriameer en een douche met het zeepachtige eiergoedje, lopen we het veer-dorpje in waar we de enige blanken zijn. Als we een warm biertje drinken in een buitenbar, horen we uit de naastliggende schuur loeihard en vals geschreeuw komen. Het blijkt een alternatieve bioscoop te zijn; dorpelingen kunnen hier voor een paar cent tv komen kijken. Even later zitten we dus in de donkere ruimte tussen de locals op een houten bankje naar een luidruchtig in het Ugandees nagesynchroniseerde Jacky Chan-achtige film te kijken. Op een ander scherm is een documentaire te zien op National Geographic over visjes en dieren die elkaar opeten (hier is geen geluid bij). Fantastisch. Na een bordje chapati (pannekoek) met bonenprut lopen we met deze nieuwe ervaring langs het strand terug naar ons resortje om daar onder de klamboe te kruipen.

- Hotels zijn bang dat gasten er met het interieur vandoor gaan; op alle handdoeken, kussens, gordijnen en slippers zit een grote stempel met de naam van het hotel. Spiegels zijn vastgeschroefd en er zitten tralies voor de ramen.
- Een uurtje gorilla´s kijken in de jungle kost slechts 500 Dollar! Slik.
- Op de Ssese-eilanden zit de... Tsetse-vlieg. Daar kwamen we na een paar dagen achter. Fijn. Gaap!
- Ze vinden het hier maar gek dat wij ons moeten insmeren met zonnebrandcreme. En ze vinden het leuk om op onze rode huid te drukken en te zien dat die dan even wit wordt.

foto´s Kenia   foto´s Uganda

dinsdag 14 februari 2012

Keniaanse talkshows en zonsopgangen met brandy

Nadat we van de onze laatste Dalesi´s nog een Julbrew biertje hebben gedronken, kan onze vlucht van West- naar Oost Afrika beginnen. Deze verloopt met diverse tussenstops. Op onze eerste vlucht krijgen we een lunchpakketje aangeboden om ons 24-uurs vluchtleed te verzachten, heel aardig van Nigeria Airlines. Na Accra (Ghana) hebben we een overstap in Lagos (Nigerië). Vervolgens ontstaat in het vliegtuig naar Addis Abbeba (Ethiopië) commotie, wanneer een medepassagier beweerd dat de 150.000 Dollar die hij in zijn handbagage had (dusss?!?), verdwenen is. Nadat het halve vliegtuig, inclusief de piloot, zich met de
Liz en Maureen achter de
schermen bij de talkshow
scene bemoeid heeft, staat bij de landing de politie klaar voor een selectieve bagagecontrole (wij mogen bijvoorbeeld doorlopen). Vreeeemde zaken. Na nog een stop in Ethiopie komen we aan in Nairobi. Hier springen we meteen in een taxi om bij Wildebeest Camp in het stapelbed te kruipen.
´s Morgens maken we kennis met de Leopard landschilpad die de camping ´bewaakt´. Verder vooral gerelaxed en gebuurt met Kathy uit Colorado die eerder die dag een dodelijk ongeluk heeft gezien, waarbij de overledene bestolen werd door omstanders!
Lief, klein girafje voeren
De volgende dag gaan we na een lekker ontbijtje met fruit en pannekoek op weg naar de International Multimedia Academy. Hier maken we kennis met de leerlingen, die de volgende dag opnames hebben van een nationale talkshow (in een sjiek hotel, want er zijn hier geen studio´s). Natuurlijk zijn wij erbij om morele support te verlenen. Helaas gaan er een aantal dingen mis, waarna de boel gecancelled wordt en het publiek naar huis wordt gestuurd. Erg jammer, maar interessant om te zien hoe dit soort opnames er in Kenia aan toe gaan. 
´s Middags brengen we een bezoek aan het giraffen weeshuis, waar we de langnekken takken voeren die ze met hun lange tong van de bladeren ontdoen. Funny.
Eigenlijk willen we Mel en Tinus gaan opzoeken aan de kust, maar dit blijkt logistiek gezien erg onhandig te zijn. Dan leren we op de camping de Nederlandse Kirsten kennen, die een 5-daagse trip naar Mount Kenia heeft geboekt. Spontaan besluiten we om haar hierbij te vergezellen en zo rijden we de volgende morgen met een overvol matatu busje naar Nanyuki, een dorpje aan de voet van de oude vulkaan. 
Na een kort bezoek aan de evenaar (niet heel indrukwekkend) is het tijd voor actie en wandelen we naar Old Moses Camp, op 3200 meter. Om de
Het hooggelegen tweede kamp
regionale werkgelegenheid een boost te geven, loopt er een gids mee, twee dragers (wij dragen onze eigen backpacks, zij dragen het eten) en een kok. Qua eten worden we dus goed verwend, ze hebben zelfs popcorn meegenomen voor bij de thee! ´s Nachts waait het flink en de hut van hout en golfplaten rammelt alsof hij op instorten staat. Een beetje brak vertrekken we de volgende ochtend om 7 uur om de ergste warmte voor te zijn. Het landschap hier is erg mooi; soms hebben we het idee in de prehistorie te zijn beland. Aangekomen op het tweede kamp (4.200m) beginnen we de hoogte wel te merken; de een is moe en duizelig, de ander heeft wat hoofdpijn. Ter acclimatisatie lopen we nog 250m omhoog om daar te zwemmen in een bergmeertje. Wat de Afrikanen overigens maar gestoord vinden; veel te koud! Terug bij het idyllisch gelegen kamp zorgen de spelende bergmarmotten voor entertainment in het avondzonnetje. Na een korte nachtrust vertrekken we om 3 uur ´s nachts naar de top. Onze gids heeft een enorm slakkentempo (wat wel 
Met de lichtstaaf de berg op
goed is tegen hoogteziekte), en Angélique is haar hoofdlampje kwijt, dus gewapend met een groen lichtstaafje (blits, maar totally useless) lopen we omhoog. Als we bijna boven zijn en de zon al begint te gloren, kunnen wij niet meer achter de gids blijven en halen we hem in. Om 6u15 staan we op de top (Lenana, 4985m) en genieten we met een dopje Brandy van de oplichtende Afrikaanse horizon.
Na een snelle afdaling zitten we om 8 uur aan ons welverdiende ontbijt, met uitzicht op de witte bergtop. Later die dag steken we nog een paar bergkammen met mooie meren over. Vooral de afdalingen zijn leuk: met de hakken in het grint met grote sprongen naar beneden rennen! Na een laatste overnachting in de bergen, dalen we de volgende dag door een regenwoud (met aapjes!) af en rijden we in een matatu weer terug naar Nanyuki. Hier drinken we bij de lokale politiebar (ja, die hebben ze hier echt en ze zijn fameus voor het goedkope bier!) een biertje op de geslaagde tocht!